zondag 23 oktober 2011

21 juli Lake Quinault - Castle Rock


Vrijdag 21 juli 2006
Overnachting:
Mount St Helens Motel, Castle Rock
Kosten: 80 dollar
Gereden afstand: 221 mijl



Het is prachtig weer. We ontbijten op de veranda. Het ontbijt in de lodge vinden we wat te duur. We hebben nog broodjes van de picknick over en tegenover de lodge ligt een snackbar waar we koffie en thee halen en een mierzoet maar lekker cakeje. Bij de lodge is een botenverhuur. Marijke en ik besluiten om een uur te gaan kanoën. Judith heeft er geen zin in en zij en Martin gaan in de lodge een spelletje kaart spelen.




Als we uiteindelijk afreizen is het al twaalf uur. Op ons oorspronkelijk reisschema stond een rit naar Castle Rock bij Mount St. Helens op het programma met onderweg een bezoek aan de stranden van Cape Disappointment en een bezoek aan Fort Clatsop in Astoria. Gezien de tijd besluiten we om het bezoek aan Cape Disappointment maar over te slaan. Het is dat het een te voor de hand liggende woordspeling is, anders zou ik zeggen dat de Cape toch alleen maar kan tegenvallen.
Wat ook zal tegenvallen is het bezoek aan Fort Clatsop. Althans dat beweert Judith. Wat moeten we nou in zo'n stom fort doen. Het is niet eens het echte fort maar een nagebouwd fort. Om te zeggen dat ze veel zin in dit fort heeft, zou een beetje in strijd met de waarheid zijn.
De weg naar Astoria voert weer over de 101. Ook nu is de weg kronkelig en rijden we door een groene omgeving, maar we komen nu door meer plaatsen zodat we niet erg opschieten. Bij Astoria rijden we over een lange brug over de Columbia River Oregon binnen. Even ontstaat er wat verwarring omdat Never Lost ons een andere kant richting Fort Clatsop opstuurt dan de borden. We besluiten de borden te volgen en al spoedig bereiken we het Lewis and Clarke National Historic Park, zoals het nu heet.
Fort Clatsop is eind 1805 gebouwd door Lewis en Clarke voor de tweede overwintering tijdens hun ontdekkingsreis. In 1804 kreeg Lewis de opdracht van president Jefferson om het gebied langs de Missouri, ten westen van St Louis te verkennen. Daartoe werd een expeditie opgezet bestaande uit 42 man, meest soldaten, één vrouw (Sasquatsaweah), een lange boot, en wat kleinere bootjes, waarmee ze de Missouri opvoeren. Ze wilden een doorgang vinden over het water naar de Stille Oceaan, en kregen ook de opdracht om het land met alle plant- en diersoorten uitgebreid in kaart te brengen, en om de Indianenstammen die ze zouden ontmoeten, uit te leggen dat Thomas Jefferson hun president was. De eerste overwintering vond plaats bij de Mandan-indianen waar, vlakbij  het plaatsje Wasburn in North Dakota, Fort Mandan werd gebouwd. Fort Clatsop werd genoemd naar de Indianenstam die ze bij het huidige Astoria ontmoetten.
Vanaf de parkeerplaats word je met een shuttlebus naar het Visitor Center gebracht dat naast de replica van het fort ligt. Van het oorspronkelijke fort was na een paar jaar weinig meer over, maar dat was ook niet de bedoeling. Het diende alleen maar om de winter van 1805 op 1806 te doorstaan. In 1955 besloot men om een replica van het fort te bouwen. Dit werd niet ter plekke gedaan maar ergens anders. Het fort werd als bouwpakket naar Astoria gestuurd waar het dan vervolgens op de plaats van het oude fort opgebouwd zou worden. Op alle onderdelen had men met krijt geschreven waar welk onderdeel voor was. Een ijverige bouwvakker dacht echter dat het een soort van graffiti was en veegde deze aanwijzingen weg voordat men het fort in elkaar had kunnen zetten. Men had nu geen flauw idee waar wat moest en daarom werden alle balken en planken weer teruggestuurd naar de ontwerpers. Nadat het weer met aanwijzingen was teruggekomen, kon men het fort opbouwen.
In 2005 vergat men een kampvuur in het fort volledig uit te maken en brandde het 's nachts af. Direct na de brand werden er weer plannen gemaakt om het fort opnieuw op te bouwen. Een werkje waarmee men in de tweede helft van 2005 begon. Hadden Lewis en Clarke vier weken nodig om het fort te bouwen, in 2006 was men al een jaar bezig met de herbouw. Alleen deze keer is het de bedoeling dat het fort minstens veertig jaar mee gaat, bij Lewis en Clarke hoefde het slechts vier maanden mee te gaan.
Dit alles wordt ons verteld door een vrijwilligster gekleed in kleding uit die tijd.


Ze laat ook zien hoe het fort in elkaar zit. Lewis en Clarke hadden een kamer, evenals Sacagaweah samen met haar man en haar baby. Sacagaweah was de indiaanse vrouw van de Frans-Canadees Charbonnau die mee was op de expeditie omdat hij de taal van de indianen sprak. Tijdens de tocht bleken ze overigens weinig aan hem te hebben. Dit in tegenstelling tot zijn Indiaanse vrouw Sacagawea. De gewone manschappen sliepen met zijn achten op een kamer.
Een pretje was het niet, de overwintering. Afgezien van de vele regen waren er ook andere onaangenaamheden (zie http://www.lewis-clark.org/):
The men finished moving into their "huts" on Christmas morning, but another problem appeared. Whereas the captains' quarters featured a fireplace with a chimney, the original plan for the enlisted men's rooms was to dig fire pits in the floors and vent the smoke through holes in the roof. The persistent low-pressure weather systems made for poor draft, though, and the men had to rush to build "backs and enside chimneys" to make their quarters more comfortable.
For final touches they erected pickets and gates to enclose the compound, built a box to shelter the sentry from the rain, and dug two latrine pits outside the fort. Indoors, beds and bunk were built, and some desks and benches were made for the captains.
The fleas that moved in with the men on Christmas Day were intimate but unwelcome companions for the duration of their residence there. The Corps of Discovery departed Fort Clatsop for home on March 23, 1806.

In het Visitor Center kopen we op verzoek van Judith nog twee boeken. Eentje over Lewis en Clarke en eentje over Sacagawea. En dat terwijl ze in eerste instantie helemaal niet naar het fort wilde. Zo zie je maar weer hoe zo'n bezoek toch belangstelling kan wekken.
Voor wie het fort alleen als bezienswaardigheid wil zien, hoeft er niet heen te gaan. Het fort stelt niet veel voor. Voor wie echter geïnteresseerd is in de Lewis en Clarke expeditie is het fort historisch gezien wel interessant. En voor wie stempels spaart van Nationale Parken zoals Marijke doet, is een bezoek natuurlijk ook leuk.
Na het bezoek tanken we nog even in Astoria. Omdat we nu in Oregon zijn mogen we dat vanwege een of andere wet niet zelf doen maar dient dit te geschieden door een pompbediende. Een ander verschil met Washington (en Californië) is dat er geen staat-belasting over de benzineprijs komt. Daarom is deze pomp met een prijs van $2,98 per gallon een van de goedkopere.
We steken weer de brug over de Columbia River over en via de 401 rijden we naar Castle Rock waar we een overnachting gereserveerd hebben in het Mount St. Helens Motel. Dit was een tip die we van een van de Amerika-platforms gehaald hebben. Het was een goede tip want het is een net motel tegen een redelijke prijs.



22 juli Castle Rock - Packwood


Zaterdag 22 juli 2006
Overnachting:
Crest Trail Lodge, Packwood
Kosten: 72 dollar
Afstand: 174 mijl



Op 18 mei 1980 barstte na een aardbeving met een kracht van 5,1 op de schaal van Richter Mt. St. Helens uit. De maanden ervoor was de berg al voortdurend aan het rommelen: bijna non-stop waren er kleine aardbevingen die werden gevolgd door kleine waterdampexplosies aan de top van de vulkaan, welke een rokende krater veroorzaakten. Ook begon zich vanaf eind maart op de noordhelling een uitstulping te vormen, die in een snel tempo groeide. Begin mei was deze uitstulping 100 meter hoog bij een doorsnede van bijna twee kilometer.
Rondom de berg was het gebied van veiligheidszones gecre�erd. Binnen zone 1, de gevaarlijkste zone, bevonden zich die dag alleen de jonge geoloog David Johnston die op een afstand van vijf mijl van de berg een waarnemingspost had en de 83-jarige Harry Truman, niet de voormalige president maar een koppige oud-smokkelaar die bij het vlakbij de berg gelegen Spirit Lake een lodge bezat en weigerde te vertrekken, wat hem interviews met de New York Times, National Geographic en de Today Show opleverde: "I'm coming down feet first or not at all".
In zone 2, die als niet levensgevaarlijk werd beschouwd maar waar mensen wel last zouden kunnen hebben van een eventuele uitbarsting waren enkele houthakkers aan het werk. Ook bevonden zich hier enige tientallen toeristen.
Op zondag 18 mei 1980 om 8.32 uur in de morgen barste de berg uit. 'Vancouver! Vancouver! This is it!" aldus de laatste woorden per radio van David Johnston. De aardbeving doet de grote uitstulping aan de noorzijde omlaag vallen en de top van de berg wordt weggeblazen. In tegenstelling tot wat was verwacht, was de explosie zijwaarts gericht. Er ontstond een enorme modderstroom die alles in de buurt wegvaagde en in de wijde omgeving overstromingen, kapotte bruggen en vernielingen veroorzaakte.
"Shaken by an earthquake measuring 5.1 on the Richter scale, the north face of this tall symmetrical mountain collapsed in a massive rock debris avalanche. Nearly 230 square miles of forest was blown down or buried beneath volcanic deposits. At the same time a mushroom-shaped column of ash rose thousands of feet skyward and drifted downwind, turning day into night as dark, gray ash fell over eastern Washington and beyond. The eruption lasted 9 hours, but Mount St. Helens and the surrounding landscape were dramatically changed within moments" . ( http://www.fs.fed.us/gpnf/mshnvm/ )
De asregens zorgden ervoor dat het tot in Washington donker werd. In totaal stierven die dag 57 mensen, waaronder veel mensen in de "veilige" zone 2. De meesten stikken in de as. Tot de doden behoorden David Johnston en Harry Truman; Truman en zijn lodge werden bedolven onder honderden meters puin. 
Vandaag de dag zijn de gevolgen van deze ramp nog overal in de omgeving te zien. Je moet wel geluk hebben met het weer want de berg schijn vaak in de mist te liggen waardoor hij niet te zien is. Als we opstaan is het bewolkt. We maken ons dan ook enige zorgen of we de berg wel kunnen zien, maar de eigenaresse van het motel kijkt even op internet op de webcam van de berg en laat ons zien dat de vijftig mijl verderop gelegen berg daar in de stralende zon ligt. Het zal ook warm worden voorspelt ze: "in the 3 digits".
We ontbijten in het Rose Tree restaurant tegenover ons motel want we zien daar al aardig wat mensen naar binnen gaan. Dat moet een goed teken zijn. We ontbijten uitgebreid, ze hebben er inderdaad een lekker ontbijt, en kunnen er dan tot aan het avondeten weer tegen.
We checken uit en rijden via de SR 504 naar Mt St Helens. Na de uitbarsting lag deze weg, die toen aan de voet van de heuvels lag, helemaal onder het puin en heeft men hem opnieuw moeten aanleggen. Deze keer heeft men hem bovenop de heuvels aangelegd zodat men hem na een eventuele volgende uitbarsting niet opnieuw hoeft aan te leggen. Onze eerste stop is het viewpoint bij Hoffstadt Bluffs. Hier kun je een helikoptervlucht boeken. Na rijp beraad – gaan we eerst de visitor centers bezoeken en dan de helikoptervlucht? Willen we uberhaupt wel de helikoptertocht doen? Is hij niet te duur (hij kost voor ons viertjes samen $491, inclusief tax) – besluiten we om de helikoptervlucht toch maar te doen; als we het niet doen krijgen we er later misschien spijt van, er is nu geen wachttijd en het is niet duidelijk hoe dat later op de dag zal zijn.
Er is plek voor vier man in de helikopter (en uiteraard een piloot), dus dat komt mooi uit. Na instructies over de communicatie met elkaar en met de piloot, en het opgeven van ons gewicht voor een goede verdeling (Judith mag naast de piloot; Martin en ik zitten achterin met Marijke tussen ons in) kunnen we instappen. De vlucht duurt 25 minuten maar het lijkt veel sneller te gaan. We volgen eerst een smal stroompje langs een modderbedding. Het ziet er nog kaal uit maar we zien op verschillende plaatsen groepjes wapiti's die hier alweer voldoende eten kunnen vinden.










De helikoptervlucht blijkt de moeite (en het geld) waard te zijn. Niet alleen zie je alles van wat dichterbij, maar vooral de vluchten heen en terug naar de vulkaan geven extra's ten opzichte van het alleen bekijken van de vulkaan vanaf de Visitor Centers. Vanuit de helikopter kun je beter de omvang zien van de vernieling die de modder/lavastroom heeft aangericht na de ontploffing. Je vliegt namelijk eerst een heel stuk over de "rivierbedding". Heel spectaculair. Ook kan je heel goed de nieuw gevormde kegels in de vulkaan zien. Sinds 2004 is de vulkaan weer licht actief en er is al weer een rokend bergje zichtbaar in de vulkaan, dat dagelijks groeit met een hoeveelheid van ongeveer een vrachtwagen puin. De verwachting is dat de vulkaan over z'n 200 jaar weer even hoog is als hij voor de uitbarsting was.
         
De vulkaan kan je vanuit de Visitor Centers ook heel goed zien en alleen dat beeld al is indrukwekkend genoeg om een bezoek aan Mount St Helens aan te raden.
Mount St. Helens is overigens geen nationaal park maar een nationaal monument. Daarom is onze parkpas niet geldig en moeten we entree betalen. We bezoeken de Visitor Centers van Coldwater Ridge en die van het Johnston Observatory (vernoemd naar de omgekomen geoloog). We luisteren naar een ranger die op een bord laat zien welke van de vulkanen in Noord West Amerika de laatste vierduizend jaar het vaakst zijn uitgebarsten (koploper is Mount St Helens; zie de foto van het bord). Ook kan je door op een plaat te springen je eigen aardbeving registreren. Er zijn elke dag honderden (niet voelbare) aardbevinkjes in dit gebied; het is geologisch gezien nog steeds een zeer onrustig gebied en het wordt dan ook non stop door de nationale geologische dienst in de gaten gehouden.

 
   
Al met al is het een zeer boeiende dag. Pas later ontdekken dat we helemaal vergeten zijn om in het Johnston Visitor Center naar de film over de uitbarsting te kijken. Stom, die moeten we dan maar een keer op televisie bekijken. National Geographic schijnt hem regelmatig uit te zenden.
Het is al vier uur geweest als we op weg gaan naar Packwood, waar we zullen overnachten. De route is mooi, weer veel bomen en ook sporen van houtkap, maar ook landbouw.
Het motel ligt iets voor Packwood. De kamer blijkt lekker ruim, met tv en koelkast. Er is een continental breakfast inbegrepen. We eten in het dorp, en kijken nog wat tv voor we gaan slapen.

23 juli Packwood


Zondag 23 juli 2006
Overnachting:
Crest Trail Lodge, Packwood
Kosten: $72
Gereden afstand: 99 miles


Weer een warme, zonnige dag. We eten buiten onze toost met jam – er staat een picknicktafel – en rijden naar Sunrise, aan de oostkant van Mount Rainier NP. Omdat het zondag is, en mooi weer, vermoeden we dat het bij de zuidingang erg druk zal zijn, vandaar dat we besloten hebben om eerst deze kant te verkennen en dan morgen naar Longmire en Paradise te gaan.
Sunrise is het hoogste punt van het Mount Rainier NP waar je met de auto kunt komen. Vanuit Packwood is het ongeveer een uur rijden; weer kronkelwegen door de bossen. We stijgen langzaam en de bomen worden schaarser. Tegen 10 uur zijn we bij het Visitor Center. Gelukkig kunnen we de auto hier nog makkelijk parkeren, hoewel het al aardig druk is. Later op de dag zal het hier vrijwel helemaal vol staan. In het Visitor Center kijken we wat de wandelmogelijkheden zijn. De ranger raadt ons een een wandeling van 3 mijl (heen en weer) aan waar we uitzicht op een gletsjer zullen hebben. Onderweg komen we dan nog langs het Shadow Lake.  Deze wandeling is het eerste deel van de Burroughs Mountain Trail, die nog veel verder gaat. Wij lopen het stuk tot het uitzichtpunt waar we uitzicht hebben op de Emmon Glacier:
"Approximately 1.3 miles from the trailhead, you'll reach Shadow Lake. Just west of the lake is a trail junction and Sunrise Camp. At this junction, follow the left fork west as it begins to ascend to a wide plateau of ancient volcanic flow. After about 0.25 miles from the trail junction is the Emmons Overlook. From this viewpoint you'll be able to look down into the White River Valley at the moraine and foot of the Emmons Glacier. Across the valley stands Goat Island Mountain".
De Emmons gletsjer is de grootste gletsjer van het continentale Amerika met een oppervlakte van 11 km2. In de eerste helft van de vorige eeuw begon de gletsjer in een snel tempo kleiner te worden. In 1963 was er echter een 'rock fall' die de onderste helft van de gletsjer bedekte. Daardoor smolt deze niet langer en sindsdien groeit de gletsjer weer.
Volgens de ranger is dit een mooie wandeling met veel bloeiende planten onderweg. Dat laatste klopt. Overal langs het pad staan planten te bloeien. De achtergrond van de besneeuwde toppen nodigt uit tot het maken van veel foto's. Toch is het niet een echt geslaagde wandeling. De eerste reden is het te overwinnen hoogteverschil. Door de warmte is dit best wel zwaar. De tweede reden is echter veel ernstiger: de muggen. Vooral voorbij het stuk na het Shadowlake hebben we er allemaal veel last van. Dit ondanks het feit dat we ons ingesmeerd hebben met een hoeveelheid anti-muggenspul waarvan de stank zelfs een beer op tien kilometer afstand zou doen verjagen. Als we bij het uitzichtpunt zijn waar we de gletsjer kunnen zien – het uitzicht is niet echt spectaculair – vragen de kinderen of we zo snel mogelijk terug kunnen gaan. Ze worden helemaal gek van de muggen. Wij ook, en we keren dan ook weer snel om.




Tussen de middag eten we in het cafetaria van de Sunrise Lodge. Je kan niet overnachten in de Lodge, er is alleen een cafetaria en een giftshop. 's Middags gaan Martin en ik nog een wandeling doen, deze keer de andere kant op. De kinderen hebben na de muggenaanvallen van vanochtend er geen zin meer in. Zij blijven liever in het cafetaria om een spelletje kaart te spelen.


Op deze wandeling hebben we gelukkig geen last van de muggen. Ook langs dit pad staan er veel planten in bloei. Ook hebben we een mooi uitzicht op de Mount Rainier, het Visitor Center en de omringende bergen. Heel in de verte zien we zelfs bergen waarvan we ons afvragen of het soms de bergen zijn van het Olympic National Park.
We lopen niet de gehele trail maar keren halverwege om, anders zitten de kinderen te lang alleen in het cafetaria. Deze blijken zich bij terugkomst uitstekend vermaakt te hebben, al hebben ze wel even ruzie gekregen over een nieuwe spelregel die Judith tijdens het kaartspelletje opeens bedacht had (en die erg in haar voordeel werkte).
We drinken nog wat in het cafetaria en rijden dan weer terug naar Packwood. Na vijf minuten rijden ontdekt Martin dat hij zijn zonnebril in het cafetaria heeft laten liggen. We rijden terug. Een Amerikaans echtpaar blijkt zo lang even op de zonnebril gepast te hebben. Ze dachten al dat er iemand voor zou terug komen. We bedanken ze hartelijk en rijden voor de tweede maal richting Packwood. Bij de plaatselijke supermarkt doen we nog even boodschappen. 's Avonds eten we in Cruisers, een soort cafetaria waar ze heel grote pizza's hebben. Zowel Martin als Marijke krijgen nog niet eens de helft van hun pizza op.

24 juli Packwood - Cascade Locks


Maandag 24 juli 2006
Overnachting:
KOA Cascades Locks
Kosten: $57
Gereden afstand: 184 miles



Vandaag staat Paradise op het programma. We hadden hier graag in de Inn willen overnachten, maar het historische gebouw was aan een opknapbeurt toe en wordt deze en komende zomer verbouwd. Nadat we uitgechekt hebben, rijden we richting Ashford, via de FR52 en dan via Longmire naar Paradise. In het weekend kan het hier vaak erg druk zijn. Er staan bij de ingang van het park borden met rode lampen aan de kant van de weg, waarop staat aangegeven dat als de lampen branden alle parkeerplaatsen bij Paradise vol zijn. Gelukkig branden de lampen niet. In het weekend schijnt dit regelmatig voor te komen. We zien een grappig richtingsaanwijsbord waarop staat aangegeven dat als je naar rechts gaat je in het 'Paradise' terecht komt maar als je naar links gaat, dan beland je in Seattle.
We parkeren bij de day use parking en lopen naar het Visitor Center. Er zijn hier meerdere trails. We kiezen voor een korte trail: de Nisqually Vista Trail van 1,2 mijl. Hier zijn gelukkig geen muggen. De trail loopt eerst naar beneden over een bruggetje dat een klein stroompje overspant. De kinderen vinden het leuker om door het water te waden. Daarna gaat de trail afwisselend omhoog en omlaag. Ook hier staan veel bloemen langs het pad. Na een tijdje hebben we uitzicht op de Nisqually gletsjer. Echt spectaculair is het niet. Er is niet veel ijs te zien. We moeten met de camera behoorlijk ver inzoomen om hier wat van te zien. Al met al is deze wandeling niet echt een grote aanrader.


De wandeling, de Alta Vista trail, die we 's middags doen daarentegen wel. Maar voordat we deze trail lopen eten we eerst in het cafetaria dat zich in het Visitor Center bevindt. Ook bellen we even naar de familie in Nederland. Het blijkt daar net zo warm te zijn als hier. Net zoals gisteren blijven Judith en Marijke liever in het Visitor Center, een beetje kaarten, een beetje rondhangen, met de gameboy spelen en een ijsje eten. Martin en ik beginnen met volle moed aan onze trail.
Het blijkt geen gemakkelijke trail. Hij gaat behoorlijk steil omhoog. Gecombineerd met de hitte maakt dat de wandeling aardig zwaar. Maar het is de moeite waard, bij elke bocht verandert het uitzicht en moet er weer een nieuwe foto genomen worden. Dat schiet natuurlijk niet op. Op een gegeven moment loopt het pad dwars door een stuk sneeuw. Daarna is het nog een stuk klimmen totdat we ook Mt Adams zien met wat wolken er boven. Ook Mt Rainier zelf zit nu voor een deel in de wolken.



We doen ruim 70 minuten over deze trail, 50 minuten om omhoog te komen en 20 minuten naar beneden. Als we weer terug zijn, besluiten we bij de picknickplaats bij de auto nog wat te eten. Een deel van de picknicktafels ligt nog een dik pak sneeuw, maar een deel is al sneeuwvrij.






We hebben brood bij ons en ook rauwkostsalade. Het is al vier uur als we vertrekken. We rijden weer via Packwood waar we tanken en ijs inslaan. Vervolgens rijden we via de FR25 naar het zuiden. Dit is een zeer bochtige weg, veel bomen en helaas slechts een keer uitzicht op de oostkant van Mt St Helens.
We rijden door tot Carson en steken daar, voor de derde keer deze vakantie, de Columbia River over. Wat een indrukwekkende rivier is dit! Niet zo breed als bij Astoria, maar ook hier een rivier van formaat. Het is niet voor te stellen dat deze machtige rivier maandenlang onbevaarbaar is geweest na de uitbarsting van Mt St Helens; er kwam zoveel puin, bomen en modder in de rivier terecht dat deze dichtgeslibd raakte.
Om 8 uur zijn we eindelijk op de KOA camping in Cascade Locks. Eerst even de was in de machine en dan een fles propaangas voor ons gastankje gekocht voor onze eerste zelfgemaakte maaltijd. De campingwinkel heeft maar een beperkt assortiment; het wordt soep, spaghetti uit blik en een salade. Het is nog steeds erg warm en het koelt nauwelijks af. 's Nachts worden we regelmatig wakker door het doordringende gefluit van passerende treinen.

25 juli Cascade Locks - Sisters


Dinsdag 25 juli 2006
Overnachting:
KOA Camping Bend/Sisters
Kosten: $ 60
Gereden afstand: 198 miles





We hebben allemaal slecht geslapen door het lawaai van de treinen en het opstaan kost dan ook veel moeite. We maken een heerlijk ontbijt met gekookt ei en roerei en pakken in. Dan rijden we langs de Hwy 84 naar de Multnomah Falls. Je kan de watervallen op twee manieren bereiken. De eerste route voert over de lokale weg die naast de snelweg loopt, de tweede manier is via de Interstate. Bij Multnomah Falls ligt er tussen de interstate oost en west een parkeerplaats en via een tunneltje onder de interstate door kan je dan naar de waterval lopen. Tegen 11 uur zijn we bij de parkeerplaats. Komende vanaf het oosten moet je links de afslag nemen. We missen hem bijna omdat we niet gewend zijn aan om links de weg te verlaten. Het is maar goed dat we de Interstate genomen hebben. Op de parkeerplaats bij de Interstate is ruim plaats, de parkeerplaats beneden bij de lokale weg is daarentegen helemaal vol.
De waterval is de moeite waard om hem van dichtbij te bekijken. Helaas komt de zon net van achter de waterval als wij er zijn, dus foto's maken is lastig. Wel is het een prachtig gezicht zo.




De waterval bestaat uit twee delen. Halverwege loopt een brug, een wandeling van 0,2 mijl. Gelukkig is het niet zo warm meer, dus die klim omhoog naar de brug levert geen problemen op. Vanaf de brug worden weer de nodige foto's gemaakt en dan bedenkt Marijke dat ze helemaal naar boven wil – nog eens 0,8 mijl steil omhoog. Verbaasd kijken we haar aan. In Mount Rainier had ze niet veel zin om te wandelen en nu wil ze opeens zo'n steile wandeling maken. Judith wil niet, en dus splitsen we op. Martin gaat met Marijke mee en Judith en ik gaan een koffie en een warme chocolademelk drinken bij de snackbar. Het duurt ruim een uur voordat Martin en Marijke terug zijn. De wandeling was niet meegevallen en de gouden regel dat watervallen vanaf beneden er altijd mooier uit zien dan van boven blijkt ook hier waar te zijn. Wel hebben ze onderweg nog een paar keer een mooi uitzicht op de rivier. We eten nog wat bij de snackbar en rijden dan weer verder. Eerst een stukje terug naar het oosten, en dan naar het zuiden, verder Oregon in.
Op mijn verlanglijstje staat de Timberline Lodge op Mount Hood maar we hebben al aardig wat bergen achter de rug en besluiten Mount Hood rechts te laten liggen. Weer een bochtige weg met veel bomen, maar als we Mount Hood voorbij zijn verandert de omgeving opeens; het landschap is hier vrij vlak en kaal, met wat struikjes en zo hier en daar een boom. Achter ons zien we de witte hellingen van Mt Hood en rechts van ons zien we een hele reeks vulkanen, waaronder de Three Sisters waar we in de buurt zullen overnachten. Er woedt een bosbrand, een van de bergen is verstopt achter de rook. We zijn even bang dat we niet naar onze camping zullen kunnen, maar gelukkig rijden we er toch nog op een redelijke afstand langs.




De KOA in Sisters is leuk aangelegd maar nog wel wat kaal. Er zijn veel afscheidingen met lage, witte, hekjes, zodat we het idee krijgen op een ranch rond te lopen. Het zwembad is van een behoorlijk formaat en we nemen allemaal een duik. We eten weer spaghetti, met een heerlijke saus van champignons, doperwten en een bakje kaassaus uit de supermarkt. Het is hier weer warm, buiten is het lekker, maar in de houten cabin blijft de warmte lang hangen.


26 juli Three Sisters - Union Creek


Woensdag 26 juli 2006
Overnachting: Union Creek Resort
Kosten: 90 dollar
Gereden afstand: 154 miles



Na een zelfgemaakt ontbijt, een partijtje minigolf en een was, verlaten we de camping en rijden naar Bend. Onderweg hebben we nog een mooi uitzicht op de Three Sisters.



In Bend rijden we naar het AAA-kantoor. Never Lost biedt de mogelijkheid om AAA-kantoren als adres in te voeren, heel handig, Zonder problemen vinden we dan ook het kantoor, waar we kaarten van Oregon en Californië halen – onze oude kaarten zijn al behoorlijk gescheurd en gekreukeld. Vlakbij zit een fotozaak waar we onze foto's op CD ROM laten zetten. Dit duurt behoorlijk lang, dus gelegenheid voor een kopje koffie met iets lekkers (duidelijk geen Amerikaans ontbijt gehad deze ochtend) bij Shari's. We kenden deze keten niet, maar een aanrader, zeker als je trek hebt in taart.
En dan weten we het even niet: we kunnen de US 97 naar het zuiden nemen, de snelste route naar Crater Lake, of we kunnen westelijker rijden via een scenic byway. Die laatste zal echter wel meer tijd kosten, en bovendien kunnen we nog langs Lava Butte als we de US 97 nemen. Dus gekozen voor de 97. Vlak onder Bend ligt Lava Butte. Dit gebied vol gestolde zwarte lava bevatte de restanten van een uitbarsting van zo'n 7000 jaar geleden van de Newberry vulkaan. We rijden naar het Entrance Station – onze NPS-pas is hier niet geldig. We nemen een dagkaart en krijgen een kaartje met een tijdstip waarop we naar de Butte kunnen rijden. In verband met de schaarse parkeerruimte boven, wordt het verkeer op deze manier gereguleerd. We hebben nog een half uur waarin we het Visitor Center bezoeken en een wandeling maken langs de Molten Lava Trail, een prachtige trail dwars door een onbegaanbaar zwart landschap. Het is al 6000 jaar geleden dat de Lava Butte is uitgebarsten maar nog steeds groeit hier maar zeer sporadisch iets.





De Lava Butte zelf valt wat tegen. Wel zitten we hoog en hebben een mooi uitzicht over alle vulkanen in de omgeving.
Hierna rijden we rechtstreeks naar Crater Lake. Bij een uitbarsting van de Mount Mazama is de top (zo'n 5000 feet hoog) ingestort. Door nieuwe lavastromen werd de bodem van de krater waterdicht en ontstond er een meer in de krater. Het meer wordt gevoed door sneeuw en regenwater, en is prachtig blauw.
We rijden langs de west rim, waar we een paar keer stoppen om het meer te bewonderen. Sommige mensen zijn heel enthousiast over dit park, maar wij vinden het toch een beetje tegenvallen. Wel is het meer inderdaad heel blauw. Zelf vond ik dat het meer superblauw was, maar dat kwam omdat ik mijn zonnebril nog op had.






De noordingang die wij hebben genomen, is pas in juli opengegaan in verband met de sneeuw. Ook nu zien we nog steeds sneeuw aan de kant van de weg liggen. We hebben de afgrond aan de rechterkant, dat is de kant van de weg waar wij rijden. De weg is smal en de afgrond dichtbij. Voor degenen die het meer helemaal rond willen rijden daarom de tip om met de wijzers van de klok mee te rijden, dan heb je de afgrond aan de andere kant van de weg.
   
Dan door naar Union Creek waar we een cabin hebben gereserveerd. Het is een eenvoudig, donkerhouten hutje, van binnen lijkt het een gewone motelkamer, met een koelkast en magnetron, en een kleine badkamer. Er is ook een achterdeur, en buiten staat een picknicktafel.

Aan de overkant van de weg hebben we een view point gezien en omdat het nog geen tijd is om te gaan eten maken we eerst nog een wandeling. De Rogue River stroomt hier door een nauwe doorgang, de Rogue River Gorge. Er zijn stroomversnellingen en een mooie waterval.


 
We eten bij Beckie's Cafe, aan de overkant van de Lodge. De bediening is erg aardig, het eten lekker en niet duur; inclusief fooi zijn we met z'n vieren 64 dollar kwijt. In de cabin is het erg warm. We durven geen deur open te doen vanwege de muggen en het duurt dan ook even voor we in slaap vallen.